De huurovereenkomst voor bepaalde tijd (artikel 7:271 lid 1 BW) daadwerkelijk voor bepaalde tijd?

Vanwege de krapte op de woningmarkt was en is het voor woningeigenaren lucratief om een woning te verhuren. De vergaande bescherming van huurders weerhield woningeigenaren er echter vaak van om een huurovereenkomst te sluiten. Een huurovereenkomst voor bepaalde tijd dient namelijk door de verhuurder te worden opgezegd met inachtneming van een wettelijke opzegtermijn. Eveneens dient de opzegging een opzeggingsgrond te vermelden. Een huurovereenkomst voor bepaalde termijn is in die zin eigenlijk een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, met het verschil dat de huurovereenkomst niet gedurende de bepaalde termijn kan worden opgezegd door partijen.

 

Met de invoering van de Wet Doorstroming Huurmarkt 2015 is het verhuurders mogelijk gemaakt om een woning voor bepaalde tijd (zelfstandige woonruimte maximaal 2 jaar en onzelfstandige woonruimte maximaal 5 jaar) te verhuren. Na ommekomst van de bepaalde tijd eindigt de huurovereenkomst van rechtswege althans behoeft de huurovereenkomst niet te worden opgezegd. Het einde van de huurovereenkomst dient slechts door de verhuurder te worden aangezegd, niet eerder dan drie maanden en niet later dan één maand voor de einddatum. Ook huurders profiteren van deze regeling nu zij de mogelijkheid hebben om de huurovereenkomst tussentijds op te zeggen, dus voor ommekomst van de bepaalde tijd.

Voor de invoering van de huurovereenkomst voor bepaalde tijd in de zin van artikel 7:271 lid 1 BW werd destijds gekozen om onder meer de ongewenste gevolgen van scheefwonen tegen te gaan. Nu, bijna drie jaar later wil de politiek weer af van de huurovereenkomsten voor bepaalde tijd. Volgens kamerleden staan huurders vaak weer snel op straat, zullen huurders niet snel de huurprijs laten toetsen en/of zich verweren tegen slecht onderhoud en/of gebreken aan het gehuurde. Verhuurders daarentegen bieden volgens de kamerleden na ommekomst van de bepaalde tijd de woning tegen een hogere prijs aan waardoor er sprake is van een prijsopdrijvend effect.

Mij lijkt dat er nog steeds behoefte bestaat aan een huurovereenkomst in de zin van artikel 7:271 lid 1 BW, zowel voor de verhuurder als voor de huurder. Een verhuurder moet de mogelijkheid hebben om een vorm van huur aan te gaan waarbij hij niet gebonden is aan een wettelijke opzeggingsgrond. Een huurder wil vaak ook flexibel zijn en een huurovereenkomst tussentijds kunnen opzeggen. Daarnaast heeft de huurder bij deze vorm van huur de mogelijkheid om de huurprijs tot zes maanden na het einde van de huurovereenkomst te laten toetsen. Van een prijsopdrijvend effect behoeft dan ook geen sprake te zijn.
Naar mijn mening dient een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd het uitgangspunt te zijn maar moet een uitzondering daarop wel mogelijk blijven, mede met het oog op de gewenste flexibilisering van de huurmarkt. Meer weten over het huurrecht? Neem dan contact met ons op via info@rayadvocaten.nl of 0475-387270 en dan staan we u graag te woord.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mr. Debby Hessel

 

© Ray Advocaten B.V.

Algemene voorwaarden:  http://www.rayadvocaten.nl/algemene-voorwaarden-2019/

klachtenregeling: http://www.rayadvocaten.nl/wp-content/uploads/2019/01/Klachtenregeling-Ray-Advocaten-B.V.pdf